Symptomen


Orthostatische tremor (OT) is een zeldzame neurologische aandoening. Hoe vaak de aandoening voorkomt is niet precies bekend.

De meeste mensen met OT hebben last van een onzeker gevoel bij het staan met als gevolg angst om te vallen. Dit komt door hele snelle trillingen (tremoren) in de beenspieren. De tremor treedt op in de benen zodra men staat en verdwijnt meestal direct bij het gaan zitten. Ook lopen, bewegen van de benen en leunen/steunen terwijl men staat, kan het trillen verminderen. Sommige mensen met OT ervaren bij het leunen op de handen ook trillingen in de armspieren. Meestal is de tremor niet goed te zien, ook al voelen mensen met OT de trilling van binnen. 

Het trillen kan ook aanwezig zijn bij het aanspannen van de spieren als men zit of ligt, bijvoorbeeld bij het optillen van een been. Naast het hele snelle trillen hebben sommige mensen met OT last van een wat langzamere tremor, meestal in de handen, bijvoorbeeld bij het koffieschenken. 

Er zijn weinig algemene gegevens bekend over de aandoening. Waarschijnlijk is de leeftijd waarop de symptomen optreden gemiddeld 50 jaar, met een spreiding van het 35e tot het 70e levensjaar. Meestal komt de aandoening niet voor bij familieleden, een erfelijke factor is niet bewezen.

Doordat de aandoening zo zeldzaam is en ook omdat het trillen aan de buitenkant meestal niet zichtbaar is, kan men soms 10 jaar of langer zoeken en onderzoeken voordat de diagnose gesteld wordt. 

De diagnose

De diagnose wordt vastgesteld door middel van anamnese (het klachtenpatroon) en neurologisch onderzoek. Met behulp van een stethoscoop zijn de trillingen te horen, de tremor maakt het geluid van een helicopter. De diagnose wordt meestal bevestigd met een spieronderzoek. Met plakkers op de benen worden de samentrekkingen van de spieren gemeten (EMG, elektromyografie). De snelheid van de samentrekkingen kan variëren tussen de 13 en 18 Hz. Er is wel eens 21 trillingen per seconde gemeten.